SLM geen slachtoffer uitgebracht rapport ICAO
Henk Jessurun:
SLM geen slachtoffer uitgebracht rapport ICAO
Het onlangs uitgebrachte kritische rapport van de International Civil Aviation Organisation, ICAO heeft geen betrekking op de vliegveiligheid van de SLM, onze national carrier, maar regardeert de Civil Aviation Safety Authority Suriname, CASAS en zijn functioneren. Henk Jessurun, directeur van de SLM, bevestigde dit tegenover ons.
Volgens Jessurun kan de SLM geen hinder ondervin-den van het door de ICAO uitgebracht rapport dat veelal te maken heeft met het niveau van de burger-luchtvaart in ons land, maar niet met het functioneren van de SLM. Volgens Jes-surun beschikt de SLM over een IATA Operational Safety Audit , IOSA en dat betekent dat onze national carrier volledig gecertifi-ceerd is. Deze audit geeft aan, dat de SLM door elke buitenlandse vliegtuigmaat-schappij als een volwaardige en veilige maatschappij wordt geaccepteerd. De SLM behoort volgens haar directeur op het stuk van veiligheid tot de top van de wereld. De SLM is op zeker 960 punten gecontroleerd alvorens de audit van de IATA te hebben ontvangen. De ICAO heeft kritiek op de Surinaamse luchtvaartauto-riteiten en niet op het functioneren van de SLM.
Ook bij de Federal Aviation Administration van de Ver-enigde Staten van Amerika staat de SLM zeer goed aangeschreven. Als de SLM volgens Jessurun geen uitstekende naam had zou ze niet op de Verenigde Staten van Amerika mogen landen. De SLM heeft volgens Jes-surun bovendien ook nog de FAR 129 status voor de VS, hetgeen inhoudt dat ze als buitenlandse maatschappij in de VS mag landen. ‘’Als je als carrier niet aan de door de Amerikanen gestelde criteria voldoet mag je heus niet op Amerikaans grond-gebied landen”, aldus Jes-surun. Zelfs voor de In-spectie Verkeer en Water-staat, IVW in Nederland is de SLM een volledig veilige en bonafide maatschappij . Ook bij de Franse autori-teiten staat de SLM op de witte lijst getuige het feit, dat zij zelfs een vlucht voor de Franse autoriteiten heeft mogen uitvoeren, aldus nog steeds Jessurun. Het rapport vermeldt, dat de Civil Aviation Safety Authority Suriname, Casas niet aan de internationaal gestelde nor-men binnen de burger-luchtvaart voldoet. Volgens de directeur van de SLM heeft hij altijd de veiligheid van de SLM op de eerste plaats gesteld en als be-paalde kennis niet voorhan-den was binnen onze gren-zen, werd die uit het buiten-land gehaald. Jessurun bena-drukt, dat het rapport van de ICAO geen betrekking heeft op zijn maatschappij en de door haar gehanteerde veiligheid. Jessurun stelt wel te verwachten, dat men naar aanleiding van dit rapport wel beter naar de documenten van de SLM zal kijken, maar is daar hele-maal niet bevreesd voor, omdat alles ‘’up to date’’ en in orde is.
Winston Jessurun:
‘Verwachte economische groei 2010 ruim US$ 500 miljoen’
Winston Jessurun (DA’91) heeft gisteren uiteenge-zet, dat er in Suriname in de afgelopen vier jaren ruim US$ 1,2 miljard is geïnvesteerd. ‘En de inves-teringsverwachtingen voor 2010 zijn gesteld op US$ 573 miljoen’, zegt hij. Volgens hem moet er nu dus vastgesteld worden wat de sterke kanten zijn en vooral de zwakke kanten erkennen.
‘Ondanks de kritieken van derden, dat het investerings-klimaat in Suriname niet gunstig is, is er in 2005 US$ 399 miljoen geïnvesteerd, in 2006 US$ 323 miljoen en in 2007 US$ 316 miljoen’, zegt Jessurun. Jessurun geeft aan, dat volgens internationale normen 16% van onze samenleving onder de armoedegrens leeft. ‘Maar het Bruto Binnenlands Pro-duct (BBP) is geen zuivere maat om dit te beoordelen, maar eerder een maat van groei voor de economie’. Volgens hem komt de spreiding niet goed tot uiting en is de hoogte van de inkomens niet scherp gesteld, omdat gezinnen soms meerdere inkomens genieten, die niet opgegeven worden. ‘Belangrijk is, dat door middel van het BBP een groei te zien is tussen 2003 en 2008 van gemiddeld 5,5%’. De verwachtingen van de economische groei voor 2009-2010 liggen volgens Jessurun tussen de 2 en 4%. ‘Een groei boven het gemiddelde van 1,4% voor de regio’. Hij vindt, dat je als regering nu verschijnselen als imperialisme, her-kolonisatie en uitverkoop van natuurlijke hulpbronnen in de gaten moet houden en waar er dwalingen voorko-men, corrigeren moet optre-den.
Kredietwaardigheid Suriname sterk in de regio
Begin over het Caribisch gebied en schuld en on-middellijk blijkt, dat het onderwerp zich concen-treert rond een gebied bestaande uit kleine middel-inkomenslanden, die worden geteisterd door hoge tevens stijgende schuldenlasten,achterstanden in de aflossingen, recente daling van kredietwaardigheid en, opeenvolgende totale herschikking van schulden.
Deze visie is niet verrassend. Zes van de tien middel-inkomenslanden met de grootste staatsschulden zijn in het Caribisch gebied. Daar-van hebben drie (te weten Grenada, Jamaica en St. Kitts) een schuld:BBP-verhouding van bijna 100%. Sinds begin 2009 hebben drie landen (Bahamas, Bar-bados en Jamaïca) hun kre-dietwaardigheid omlaag zien gaan bij één of meerdere internationale classificatie- instanties - Moody’s, Stan-dard and Poor’s, en Fitch. Bovendien hebben Antigua, Barbuda en Jamaïca, laten weten, dat zij van plan zijn te onderhandelen met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) voor de ga-rantstelling van standby re-gelingen. Grenada ontvangt reeds substantiële steun van het IMF in het kader van een 3-jarige armoedebestrij-dings- en groeifaciliteit (Po-verty Reduction and Growth Facility, PRGF). Zo te mid-den van de sombere schuld-dynamica die kenmerkend is voor het Caribisch gebied, rijst de vraag: “Is er wel enig goed nieuws met betrekking tot de schuldenlast in de lan-den uit deze regio?” Het ant-woord is ja: ‘ Suriname!‘
Aan het eind van 2009 werd de schuld-BNP verhouding van Suriname geschat op 16%, de laagste onder Ca-raïbische landen. Niet alleen heeft de kordate vereffening van US$118 miljoen aan schuldaflossing richting Bra-zilië significant ertoe bijge-dragen dat de schuld-BNP verhouding vorig jaar dras-tisch omlaagging, Surina-me’s robuuste economische groei, de gezonde fiscale surplussen en samenge-voegd met een actiever schuldbeheer gedurende de laatste jaren vormen de be-langrijkste factoren, die ten grondslag liggen aan de gun-stige schulddynamica van het land.
Groei van het BBP van Suriname’s reele BBP-groei bedroeg de afgelopen zes jaren gemiddeld 6%, slechts in 2009 matigde het tot 2,5% tegen de achtergrond van de ecnomische wereldcrisis.De export van goud, olie, en aluminium vormden signifi-cante factoren in de sterke economische prestaties van Suriname. De minerale sec-tor vertegenwoordigt 50% van het totale BBP en 80% van de export.De staatskas bleef ook gezond mede van-wege het succes van de rege-ring om fiscale surplussen te houden op ongeveer 2% per jaar gedurende de periode 2006-2008.De verslechte-ring in de fiscale rekeningen in 2009 zou slechts tijdelijk moeten zijn, tegen de ach-tergrond van een verwachte uitbreiding in het goud-, olie- en aluminiumsector, die rond 2013 de staatsin-komsten opnieuw naar een bescheiden niveau moet brengen.
De schuldpositie van Suri-name was niet altijd zo gunstig. Torenhoge buiten-landse schulden, met schuld-BBP verhoudingen van meer dan 100%, en groeiende achterstanden in aflossingen waren jarenlang de hoofdlij-nen van het schuldprofiel van het land, vooral gedu-rende de jaren ‘90 en de beginjaren 2000. Nochtans, na jaren van militaire dic-tatuur, nam een nieuwe democratisch gekozen rege-ring in het stuur over in 2000 en lanceerde onmiddellijk een uitvoerig programma van economische hervor-ming. Één component van het economische hervor-mingsprogramma was de aanpassing van de wetge-ving, namelijk de aanname van de Wet op Staats-schulden in 2003 om het schuldbeheer te institu-tionaliseren en tegelijk de overheidstransparantie en verantwoordingsplicht te verhogen.
De meest opmerkelijke be-palingen in de Wet op Staatsschuld zijn:
- De vaststelling van plafond van 60% van de totale schuld aan het BBP. De afzon-derlijke plafonds schrijven voor dat de verhouding met betrekking tot buitenlandse schulden is afgeschut bij een schuld-BBP verhouding van 45% en voor de binnen-landse schuld-BBp verhou-ding bij 15%.
- Gevangenisstraffen tot 10 jaar en boetes tot SRD 2 miljoen of ongeveer US$728,000 voorde minister van Financiën als hij deze wet opzettelijk overtreedt door het voorgeschreven plafond overschrijdt.
- De staatsschuld moet pe-riodiek worden gepubliceerd en bovendien toeganklijk zijn voor iedereen.
-Alle leningsovereenkom-sten moeten geregistreerd worden bij de Rekenkamer, anders zijn die van nul en generlei waarde.
De Wet op Staatsschuld voorzag ook in de totstand-brenging van een Bureau voor Nationale Schuld dat is belast met de specifieke verantwoordelijkheid om toezicht te houden op de staatsschuld van Suriname. In 2004 werd het bureau (SDMO) dat de Surinaamse staatsschuld moet beheren gevestigd als onafhankelijke entiteit onder de hoge be-scherming van het Mini-sterie van Financiën. Met de bepaling van de Wet op Staatsschuld en de totstand-brenging van SDMO, is sig-nificante vooruitgang ge-boekt in het beheer van de schuld van Suriname. SDMO kwam in een uit-voerig programma van ge-structureerde schuldaflos-singen en gezonde terugbe-talingsdiscipline om de staatsschulden van Suriname naar aanvaardbare proporties te brengen. Zij hebben aan-toonbare successen geboekt. Mede dankzij de steun van significante belastingin-komsten en verdiensten uit het buitenlands, konden betalingsachterstanden aan Brazilië, Venezuela en Japan helemaal worden wegge-werkt in de periode 2004-2009. De schulden aan Duitsland en Italië werden ook opnieuw besproken het-geen resulteerde in langere looptijden, lagere renten en gedeeltelijke afschrijvingen. Het gevolg daarvan was dat de algemene schuld-BBP verhouding van Suriname met bijna de helft omlaag ging van 38.9% in 2004 tot 20.8% in 2008. Het is sindsdien met rasse schreden verder gedaald tot ruwweg 16% aan het eind van 2009.
In schril contrast met de heersende trend van dalende waarderingen voor de eco-nomie van andere landen in het Caribisch gebied is de kredietwaardigheid van de Surinaamse munt juist ge-stadig verbeterd. In 2009 hebben zowel Fitch als Standaard & Poors (S & P) opnieuw hun positieve kre-dietstandaarden voor Surina-me bevestigd met verwijzing naar de bescheiden schuldni-veaus van het land en de verbeterde fiscale posities als onderliggende redenen. Suriname geniet momenteel van een B/Positive van Fitch en een B+/Positive S & P.
Moody’s bekeek ook de schulddynamica van Suri-name positief en koppelde er een classificatie van B1/Stabiel op de vreemde valutaschuld en Ba3/Stabiel op de binnenlandse schuld.
Wat zijn dan de uitdagingen voor Suriname voor wat betreft het beheer van de staatsschuld?
Met de economische vertra-gingen en de verkiezingen voor de deur, staan de autoriteiten onder enorme druk om hun uitgaven op te voeren. De uitvoering van de tweede fase van een twee-delig loon-herstructure-ringsprogramma is uitge-steld tot 2010. Het waar-schijnlijk effect is een be-duidende verhoging op loonbelasting met misschien wel 50% op een cumulatieve basis in de periode 2009-2011, en erodatie van de prijs en wisselkoersstabi-liteit.
Een programma van grote projecten, in de olie en mijn-bouwsectoren en in infra-structuur, staat ook op het punt om te worden gelan-ceerd. Terwijl deze grote uitgaven op middellange termijn door een wezenlijke verhoging van opbrengsten zouden moeten worden ge-compenseerd, is de uitdaging ze voorzichtig te financieren om zo een duurzame schuld-traject onder controle te hebben op middel tot lang termijn.
Niettegenstaande deze zor-gen, zijn de autoriteiten van Suriname in hun meest recente Overleg van Artikel IV met het Internationale Monetaire Fonds (IMF) in evenwicht gehouden om hun grenzen van de schuldenli-mit van 60% van het BBP naar 30% van het BBP bij te stellen. Het IMF had een voorstel van bijstelling naar 20-25% gedaan. Suriname is er zeker dat een 30% schuldplafond kan worden gehandhaafd als zij haar schuld proactief blijft beheren en ervoor zorgt dat haar economische grondbe-ginselen correct blijven. Voorzichtig lenen, hoofd-zakelijk via geschenke- en concessionaire leningen, ondersteunt de Surinaamse schuldstrategie. Temidden van de borrelende golven van schulddreigingen die veel van zijn Caraïbische buren dreigen te verzuipen, kan Suriname blijven zwem-men tegen het Caraïbische getij in.
‘Achteruitkijkspiegel’ doet begrotingsbehandeling staken
Het heeft ongeveer een uur geduurd voordat de begro-tingsbehandeling gisteren kon worden voortgezet in De Nationale Assemblee.
De reden voor het opont-houd was, dat verschillende parlementsleden ervoor ko-zen om wederom in de ‘ach-teruikijkspiegel’ te kijken. Dit mondde uit in een felle discussie, waarbij racistische opmerkingen niet uitbleven. Het geheel begon toen het lid Leendert Abauna de spreekbeurt van NDP-frac-tievoorzitter Ricardo Panka onderbrak en hem uitdaagde met voorbeelden aan te to-nen, dat de NDP zich daad-werkelijk heeft ingezet voor de ontwikkeling van de mijnbouw in Suriname.
Er werden toen verwijten naar elkaars hoofd geslin-gerd over wie nu beter werk had verzet in hun respectieve regeertermijnen.
De discussie werd feller toen oud-president Jules Wijden-bosch suggereerde, dat de band tussen de NPS en de VHP helemaal niet zo hecht is als men het doet vóór-komen. Hij meende te zijn gevraagd om de plaats van Runaldo Venetiaan als presi-dent in te nemen bij de verkiezingen van 1996.
Dit viel niet in de goede aarde, vooral niet bij vice-president Ramdien Sardjoe. Het debat kreeg een racis-tisch tintje toen er werd ge-wezen op de etnisch geladen politieke bijeenkomsten, die de VHP kort vóór de onaf-hankelijkheid organiseerde. Jules Ajodhia reageerde hierop door te stellen, dat ook de NDP-voorzitter De-siré Bouterse etnisch gela-den en zelfs beledigende op-merkingen zou hebben ge-maakt op politieke podia.
De nadruk werd hierbij ge-legd op het bezigen van de term ‘kakere kakere’ in de jaren ’80. Hij weigerde ver-der te geloven, dat leden van zijn partij toenadering heb-ben gezocht bij Wijden-bosch. De VVV-parlemen-tariër ging hierop niet verder in, aangezien hij van mening was dat hij uit respect dege-nen, die er niet meer zijn niet wilde bespreken.
Hij sloot zijn betoog wel af door aan te voeren, dat een vooraanstaande uit de VHP hem in 1996 vanuit een rijdende auto heeft gebeld met het verzoek om toena-dering.
JUSTITIA PIETAS FIDES – MCLXXIV 23.01.2010.
- Hendrik Salam Somohardjo heeft eens gezegd, dat hij “de baas” is van het huidige Staatshoofd. Die cerebrale deformatie, zou al een aantal alarmbellen moeten doen ringkelen. Deden ze eigenlijk ook. Al tijdens de informatie en formatie van de huidige regering. “Enfant terrible…”, riep Ram Sardjoe. Weggaan na onderhandelingen en goed beraad, om dan terug te komen met een flutverhaal, dat de achterban “meer wil hebben”. Zo ging dat in 2005 toe. Die madame Alice Amafo zag heel brutaal, wat zich allemaal aan het afspelen was en werd ook ernstig hebberig in het Frontale formatieoverleg. Vervolgens een extra ministerie voor Jong Tjien Fa na splitsing van het NPS-ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen en de zaak kon voorspelbaar bergafwaarts gaan rollen. De zaken rond Wesenhagen en Minov…? Noem ze allemaal maar weer op. Landjepik in de voorhoede en op de -steven. Maar nu is de maat wél vol. Het Staatshoofd gewoon als een kleine jongen in de wachtkamer zetten en laten wachten? Griffiers die ambtshalve aangaven, dat de president staat te wachten om de parlementsvergaderzaal binnen te treden en Hendrik geeft “dofu sey” aan de mensen die het wél moeten weten. ‘Meki Vene wakti, so bun’. Een ieder kent de gezegden rond “de ring” en “de goot”? Juist ja! Als men niet weet hoe het hoort, kan tot op het hoogste niveau van Staat een dergelijk manifest worden opgevoerd. De provocatie is duidelijk en de structuren van de overige Frontpartijen, beraden zich over wat te doen met deze grandioos ontspoorde Somohardjo. Als het parlement werkelijk ballen heeft, wordt de man op de eerstvolgende vergadering afgezet, als: ‘primus interpares’. Want een dergelijke figuur kan nog maar moeilijk worden gehandhaafd, als de eerste onder de parlementaire gelijken. Belediging van het Staatshoofd, is overigens voor iedere burger, strafwaardig gesteld. Als er weer niets gebeurt, zal men wel zien wat Somohardjo doet op een volgend politiek podium. Maakt, door het belachelijk maken van overigen in het land, verder gehakt van enig respect, dat de bevolking nog voor de politiek, kan of mag opbrengen. ‘Motie van afzetting’…., of collectief ‘in politicis’ dan wel permanent voor paal staan. Met een inflatoir aangetaste presidentiële staatsfunctie. Zo simpel is en werkt dat hele ding…., bij precedentwerking..
- Twee mannen waren hedenmorgen te gast in een radio-inbelprogramma en glashelder te horen dan wel te analyseren. Hadden het consequent en ongecorrigeerd over de tekortkomingen van het Ministerie van ATM, inzake de milieuproblematiek binnen ons land. Voor de goede orde en alle “eerlijkheid”, werden bewust het Ministerie van Binnenlandse Zaken, waaronder Milieubeheer ressorteert en Openbare Werken --waaronder de infrastructuur voor vuilophaal en verwerking valt-- niet in hun kritisch betoog meegenomen. Men hoeft niet te vragen, waar de politieke voorkeur en affiniteit van de heren lag en blijkbaar nog steeds ligt.
- In reactie op een strofe die betrekking had op enorme feesten, in de afgelopen ‘nationale rouwperiode’, mocht ook worden aangemeld, dat een hoofdweg --in het geval Hogestraat en in de buurt van de Van Idsinghastraat-- voor huis- en tuinfeest, werd afgesloten. Bij God en in Suriname….!
- De afgewezen NDP-er Rudi Balker verklaarde, dat hij gedocumenteerd de parlementaire toelating van Ginmardo Kromosoeto en Dennis Menzo, zal aanvechten? Nog wel op basis van het feit, dat de relevante geloofsbriefdelen van beide heren, niet goed zouden zijn onderzocht. Zien is toch maar even geloven.
- Naar aanleiding van een bericht over onveilige luchtvaartsituaties, boven en in de Republiek Suriname, werd van de baas bij CASAS een eigenaardige ‘zinsnede’ in een nieuwsblad overgenomen. De situatie is ‘niet perfect’? In de luchtvaart behoort elk facet van deze industrie 1000% perfect te zijn. En geen promille minder. Logistiek, infrastructuur, avionics…, dienen allemaal technisch en mechanisch van de bovenste plank te zijn. Een verhaal, dat men van een Haïti-ervaring zou moeten bijkomen, illustreert het professionalisme in dit land.
- Vele drugstransporteurs, hoorden in de afgelopen week strafvonnissen aan. Ten overstaan van de rechter in Tweede Kanton.
- Als Jules Wijdenbosch het niet pontificaal durft te trekken en wel met naam dan wel toenaam, vormt het echt geen probleem om publiekelijk aan te geven, dat er inderdaad een aantal VHP-ers contact met hem opnam. Om het presidentschap in 1996 te pakken. Zij werden toen verrassend en op termijn, door voorzitter Jagernath Lachmon aan de kant gehouden. Gingen daarna inderdaad door, op de ingeslagen weg. Het verhaal over een telefoontje vanuit een voertuig en de vraag hoe het met een slaperige “Julleke” ging, is allang geen publiek geheim meer. Het feit dat er daarna een delegatie naar Wijdenbosch zijn huis ging, bevindt zich al vele jaren in openbaar domein. Als al die bewegingen niet hadden plaatsgevonden, was het nooit tot een afscheiding binnen de VHP gekomen. Of tot Julleke’s presidentschap in 1996. De hoofdleiders van die afscheiding, zijn ook bekend. Nu moet Julleke ook nog het verhaal doen van zijn ‘cognac-encounter of a third kind’. Waarbij de “politieke puti”, ook anderszins met hem gedeeld kon worden. Echter zou de onafwendbare positie van “Baas Bouta”, ook daar voor sommige zeer willige en enthousiaste mensen, roet in het eten hebben gegooid. De status van Bouta en zijn gewelddadige verleden, zijn namelijk voor maar enkele opportunisten te verhapstukken. Zolang ook “Julleke” blijft kleven aan die exponent binnen de NDP, mag elke poging voor terugkeer op respectabele positie, worden afgezonken. Ook zijn zeer warme en soms hete contacten met afhankelijke individuen, als: een Goedschalk, Alibux en ander minder aantrekkelijke figuren (…), zal hem levenslang parten spelen en politiek blijven opbreken. Geen twijfel over mogelijk. Toch mag de vraag gesteld worden, waarom er entiteiten zijn die nog ‘ernst en luim’ vertonen, als het om onze Julleke gaat. Is het om zijn bestuursdeskundigheid, zijn jovialiteit of anderszins, dat Wijdenbosch persoonlijk alles van enige waarde aan de kant kan zetten om dat ene ‘verheven doel’ in zijn leven opnieuw te bereiken. Alleen Julleke en de geïnteresseerden in zijn personage, kunnen dat met autoriteit verklaren dan wel herbevestigen. Deze zijde gelukkig, al tijden niet meer.
- Ronnie Brunswijk heeft en ziet communicatieproblemen met het overige aan Frontige partners? Hoe zou dat nou komen? Door zijn marginale gedragingen, of openlijke affiliatie met de ‘petondro-scribent’ Jules Wijdenbosch? Of ligt het veel simpeler? Bijvoorbeeld, dat wanneer men in conclaaf treedt met een Brunswijk, zijn eisen en wensen van dien aard kunnen zijn/worden, dat er alleen maar politieke verlegenheid wordt gegenereerd. Sommige mensen kunnen huisvrinden zijn. Anderen verre kennissen. Maar ook derden, die men liever niet op de verjaardag dan wel “bigi yari” wil zien. Brunswijk lijkt daar eentje van. Je weet het maar nooit, met die meneer uit Moengotapu.
- Mosterd na de maaltijd. Ricardo Panka komt opnieuw terug op het feit, dat er in Para een tweede NDP-zetel voor het parlement zou zijn ‘ontvreemd’? Zorg er dan nu wél voor, dat bij de komende verkiezingen niet alle NDP-zetels komen weg te vallen door aanstormende winsten van derde partijen. Blijven zeuren en emmeren, heeft op dit moment nog maar weinig energiegenererende zin.
- Laat het voor geheel Suriname duidelijk zijn, dat onder de huidige bevelhebber van het Nationaal Leger, er alles aan is gedaan om het staatsorgaan die plaats te geven, welke het feitelijk toekomt. Na 32 hele jaren en de ‘revo’, met al de krankzinnige incidenten te hebben overleefd, heeft de Memre Buku Kazerne een metamorfose ondergaan. Materiele en personele verbeteringen. Was het zo, dat tijdens de “revo” de staatsgelden, toebedeeld aan de Defensieorganisatie, vervielen in de zakken van enkele ‘baronnen’, gaat het nu heel anders toe. Zelfs tijdens het “binnenlands gewapende conflict” met meneer Brunswijk en zijn weinig legale macht, werden grote bedragen door de Regering Shankar/Arron geautoriseerd. Gemeenschapsgelden, die compleet verkeerd terechtkwamen. Comptabiliteit bij het leger was een janboel. Wel konden alle operationele legermanschappen, de vermogensaccumulaties waarnemen bij enkelingen in officiersuniformen en hun binnen- dan wel boiti-partners. In de “puti” van de baronnen en dan? ‘Moi oso, moi wagi, moi dyari, moi (boiti-) dame’. ‘Taki if a no tru’? Onderhoud en materieel, vervielen toen compleet. De Memre Buku Kazerne en de vele andere legeronderkomens, zijn op weg naar de status van voorbeeldelementen in deze democratische samenleving.
- Rachid Doekhie heeft in al zijn wanhoop, om het gezicht van zijn “Baas” nog te redden, nu ook de etnische kaart getrokken. Maar zijn wij de “Kakare Kakare” toespraak van dezelfde “Baas”, geuit in de verkiezingscampagne van 1987, glad vergeten. Absoluut niet. In de nadagen van de verkiezingscampagne, heeft “de Baas van De Berm”, alle maar dan ook alle registers opengetrokken. De hele NDP-zaak kaal geveegd met zijn ordinaire boodschap. Onder invloed van allerlei weinig verheffende stoffen, de samenleving toen ingejaagd. De historie zal zich herhalen. Let op! “N’oubliez jamais. Rien a changer”.
*******
Stichting Stop Geweld Tegen Vrouwen geeft voorlichting op scholen
De Stichting Stop Geweld Tegen Vrouwen, die zich o.m. ten doel stelt een bij-drage te leveren aan de pre-ventie en bestrijding van huiselijk geweld heeft een aanvang gemaakt met de uitvoering van haar voor-lichtings- en trainingspro-ject, dat erop gericht is op VOS- en VOJ-scholen ge-zonde partnerrelaties te pro-pageren ter preventie van huiselijk geweld.
Uit onderzoek van de stich-ting tijdens de Jongerenin-formatiebeurs in 2009 is ge-bleken, dat in de relatie tus-sen jongeren verontrustende aspecten van geweld voor-komen. Dit is voor de stich-ting de directe aanleiding ge-weest voor de uitvoering van dit project. De eerste stap hiertoe is ge-zet op maandag 18 januari jongstleden door middel van het geven van voorlichting over diverse as-pecten van huiselijk geweld aan leerkrachten van het Mr. Dr. J.C. de Miranda Lyceum aan de Passiebloemstraat.
De volgende stap is het orga-niseren van bewustwor-dingssessies over huiselijk geweld voor eindexamen-kandidaten van deze onder-wijsinstelling, die op 19 fe-bruari, 26 februari en 5 maart aanstaande in het Vor-mingscentrum Caribbean Center zullen plaatsvinden. Deze vormingssessies vor-men een onderdeel van de vormingsweekeinden, die door de schoolleiding zijn uitgestippeld. Het ligt in de bedoeling om ook voor de leerlingen van de overige leerjaren voorlichtings en vormingsactiviteiten te or-ganiseren. Daarnaast zul-len schooldekanen en andere leerkrachten worden ge-traind om eventuele signalen van huiselijk geweld bij hun leerlingen te herkennen, be-spreekbaar te maken en door te verwijzen naar hulpver-leningsinstanties. Dit model van voorlichting en training zal ook op andere VOS-scholen, en in een later stadium ook op VOJ-scho-len, worden uitgevoerd.
Hiervoor worden reeds de nodige gesprekken gevoerd en afspraken gemaakt.
Belangrijk is te vermelden, dat van de wnd. directeur van het ministerie van On-derwijs en Volksontwikke-ling en de betrokken sectie-hoofden van dit directoraat voor het bovenstaande toe-stemming is verkregen.
Op deze wijze hoopt de stichting Stop Geweld Tegen Vrouwen een structurele bij-drage te kunnen leveren aan het ontwikkelen van gezon-de partnerrelaties en dus de preventie van huiselijk ge-weld.
Uitlevering criminele Surinaamse Nederlanders onmogelijk
RNW - Criminele Nederlan-ders van Surinaamse komaf die zijn ondergedoken in Suriname kunnen daar vaak ongestoord blijven zitten. Als er uit Den Haag een uit-leveringsverzoek komt, doen zij een beroep op de Toe-scheidingsovereenkomst. Hierdoor kunnen ze niet worden uitgeleverd.
De Surinaamse minister van Justitie, Chandrikapersad Santokhi, heeft hierover een gesprek gehad met zijn Ne-derlandse collega Ernst Hirsch Ballin. “Er is een rechterlijke uitspraak die deze categorie Nederlanders beschouwt als Surinaamse staatsburgers, waardoor ze niet kunnen worden uitgele-verd.” Volgens de minister werden alle verdachten in het verleden wel uitgeleverd. “Dit is iets nieuws”, zo zei hij tegenover de Wereldom-roep. Er zijn intussen ge-sprekken gevoerd met Hirsh Ballin over een oplossing. De beide ministers spraken maandag 18 januari in Den Haag met elkaar, onder meer over de voortzetting van hun intensieve samenwerking. Tot eind 2010 wordt deze betaald uit de ontwikke-lingsgelden voor Suriname. Daarna gaan de ministers zelf voor de kosten op-draaien. Heel veel projecten lopen goed, maar er zijn ook knelpunten. Santokhi vindt dat de Surinaamse overheid ervoor gezorgd heeft dat het aantal ‘bolletjesslikkers’ drastisch is afgenomen.
Hij deelde mee dat er in de afgelopen acht maanden, 250 kilo cocaïne in beslag is genomen op Schiphol. “Als je dat omrekent naar het aantal vluchten per week tussen Amsterdam en Para-maribo, dan kom je uit op een of twee koeriers per vlucht. “Waar we ons voor blijven inspannen is dat ook deze twee koeriers al op de luchthaven in Suriname te-gen de lamp lopen, waardoor niet vierhonderd passagiers zich op Schiphol ergeren aan de drugscontroles hier.
De minister zei verder dat Suriname bereid is om Haïtianen op te vangen. Maar zij moeten dan wel in eerste lijn familie zijn van de Haitïanen in Suriname.
Reactie op de tragische gebeurtenissen op 12 januari jl
Als honorair consul van de Republiek Haïti in Suriname heb ik er grote behoefte aan om het volgende mede te delen:
Ik ben vervuld van weemoed na alle treurige berichten die ik via de verschillende me-dia heb mogen vernemen tengevolge van de aardbe-vingen in Haïti.
Tegelijkertijd ken ik echter ook momenten van groot geluk en dankbaarheid bij het waarnemen van zovele blijken van medeleven van de President en de Regering van Suriname, en ook van het Volk van Suriname dat op alle mogelijke wijzen zijn betrokkenheid heeft getoond met het Haïtiaanse Volk.
Ik wil verder ook trachten om, mede namens de Rege-ring en het Volk van Haïti, de velen die op een zodanig bewogen wijze uiting heb-ben gegeven aan hun mede-leven, hartelijk dank te zeg-gen voor alle ondersteuning op welke wijze dan ook, en denk daarbij vooral aan
De media die dagelijks het nieuws van de tragedie ver-spreiden en daarmee de hulpverlening aanmoedigen, ondersteunen en propageren
De telefoonbedrijven die middels hun acties alles er-aan doen om hulp te ge-nereren
Het Surinaamse Rode Kruis dat met haar Telethon een geldinzamelingsactie heeft georganiseerd en daarmee een eclatant succes teweeg heeft gebracht dat resulteer-de in een miljoenen op-brengst
De Service Clubs - en ik wil vooral Rotary en JCI hierbij noemen, omdat ik lid van deze bewegingen ben en ben geweest en daardoor meer betrokken was bij hun acti-viteiten - die op hun eigen wijze ogenblikkelijk hun leden hebben gemobiliseerd om direct te helpen, waarbij via deze informele weg snel-ler op bestemder plekke hulp direct kon worden geboden.
De verschillende bedrijven en producenten die acties hebben ontplooid om hulp te bieden, en wel in sommige gevallen op meer dan royale wijze.
- De Surinaamse Gemeen-schap die zo hartverwar-mend heeft gereageerd en in vele gevallen mij diep heeft geraakt,
-En nog heel veel anderen.
Tenslotte mijn oprechte con-doleances voor hun smarte-lijk verlies aan de Haïtiaanse Gemeenschap in Suriname, waarvan het overgrote deel familie of kennissen heeft verloren. Ook deze ramp zal Haïti te boven komen - daar ben ik van overtuigd.
Michael Vervuurt, honorair Consul van de Republiek Haïti in Suriname