DOEN WE DE DEUR WEER WAGENWIJD OPEN?
DOEN WE DE DEUR WEER WAGENWIJD OPEN?
In mei van dit jaar krijgt het Surinaams electoraat, dat fors wordt aangevuld met een groot aantal jeugdigen, de gelegenheid deel te nemen aan vrije, geheime en algemene verkiezingen voor volksvertegenwoordigende lichamen en te bepalen wie de politieke macht in dit land krijgt na deze volksraadpleging. Deze verkiezingen zijn misschien wel de belangrijkste na het jaar 1987, toen Suriname na een militaire dictatuur wederom te gelegenheid kreeg zijn politieke leiders via algemene, vrije en geheime verkiezingen te kiezen en de transitieperiode van militair bewind naar volledige democratie in te luiden. Velen van ons weten wat er vanaf 1980 in dit land gebeurd is. Ook weten zeer velen niet wat er destijds gebeurd is en daarom is het onze taak de onwetenden en de slecht geïnformeerden er telkenmale op te wijzen wat toen geschied is en waarom wij van mening zijn, dat al die gebeurtenissen zich nooit meer mogen voordoen. In mei van dit jaar krijgt de kiesgerechtigde in dit land de kans, zij het indirect, een nieuwe regering aan te wijzen. Hoe die regering er zal uitzien is thans nog duister. Wat wel zeker is, is dat de regering zal worden gevormd door één van de twee politieke combinaties, die dit land rijk is. Wat er daar buitenom nog aan kleine partijtjes is mag gerust gezien worden als een behoorlijk tijd- en geldverlies van politieke dromers. Mensen, die zich rijp genoeg achten deel te nemen aan de politieke strijd en dat niet doen door aansluiting bij één van de twee politieke blokken (die overigens lijnrecht tegenover elkaar staan) verkeren in dromenland of zijn politiek nog groen. De strijd zal gaan tussen het Nieuw Front en de zogenaamde Megacombinatie, waar de NDP de dominante schakel in het geheel vormt. Politieke verschuivingen zullen uiteindelijk de uitslag zwaar kunnen beïnvloeden. We zullen kunnen kiezen voor continuïteit van het beleid van het Nieuw Front, of terugkeren naar de rommel, die geschapen is tijdens de zogeheten revolutie en daarna onder de regering-Wijdenbosch/Radhakishun 1996-2000. Laten we elkaar goed in de ogen kijken en eerlijk zijn. In de afgelopen tien jaar hebben we kunnen zien, dat er vooruitgang werd geboekt op velerlei gebied. Wat van essentieel belang is, is dat we in de afgelopen tien jaar politieke stabiliteit hebben gekend. Er waren wat incidentjes, die veelal te maken hadden met draaiboeken van de politieke oppositie. Wat wel bereikt is, is dat de inflatie heel goed werd bedwongen en in bepaalde gevallen zelfs tot een nulpungt werd gebracht. De wisselkoersen werden stabiel gehouden en er waren voldoende deviezen voorhanden. Ook kan gesteld worden, dat voor het eerst onze export groter was dan onze import en dan wel in geld uitgedrukt. Suriname heeft ook nauwelijks nadelen ondervonden van de wereldcrisis, die het gevolg is van de internationale kredietcrisis. Verliezen veroorzaakt door een afgenomen aluinaardeproductie bij de Suralco werden door andere exportsectoren opgevangen. De Staat zijn inkomsten konden hierdoor vrij stabiel blijven. In ieder geval zijn de schappen in de winkels vol en hoeven we niet in de rij te staan voor een pakje suiker of lucifers. Zaken, die in de zogenaamde revo van Bouterse gewoon waren. Ook kennen we geen gierende inflatie meer en die was er in alles tijdens de regeerperiode van de exponenten van de NDP wel degelijk. Ook is de Centrale Bank van Suriname in de afgelopen tien jaar niet leeggedragen. Nog minder zijn onze deviezen weggeroofd uit de Centrale Bank van Suriname. Evenmin werd ons monetair goud, dat onze nationale munt moet dekken, geswapt. Kortom, er zaten de afgelopen tien jaar geen dieven in de Centrale Bank van Suriname. Ook hebben we vanaf 2000 geen president gehad als hoofd van de regering met een garimpeirorekening of geheime rekeningen op de Centrale Bank van Suriname. Evenmin werd de geldvoorraad vermeerderd om de dieven uit de NDP-gelederen te verrijken en het volk te laten verarmen. In mei hebben we dan de keuze voor continuïteit van voornamelijk het verantwoordelijk financieel en monetair beleid, of we kiezen weer voor dieven, die de Centrale Bank van Suriname komen plunderen en ons weer in schulden zetten. Veel mensen kunnen niet geloven op welke wijze tussen 1996 en 2000 toen Jules Wijdenbosch en zijn NDP-regering aan de macht was, er gestolen is van de Staat en natuurlijk van het volk van Suriname. Enige tijd geleden wist Keerpunt de hand te leggen op een rapport, dat door de Centrale Bank van Suriname aan de voorzitter van De Nationale Assemblee gericht werd om aan te tonen op welke wijze er op volledig illegale wijze gestoeid is met staatsmiddelen door Jules Wijdenbosch c.s en zijn vice-president, die overigens niet meer in ons midden is. Op schandalige wijze werd er gestolen en de inflatie aangewakkerd. Uit het rapport hebben we een essentieel deel gelicht en wij wensen in deze editie het één en ander aan onze lezers te verduidelijken. Het overgenomen deel uit dit rapport aan de voorzitter van DNA, destijds Ram Sardjoe, luidt als volgt:
Inleidende opmerkingen
Getracht is de relevante informatie zo inzichtelijk mogelijk en efficiënt samen te vatten in overzichten van telkens één vel A4-formaat, welke vellen bij dit schrijven worden gevoegd. Op elk van die vellen wordt een overzicht gegeven van de stortingen op en/of opnamen van de rekeningen in de periode van hun actieve gebruik. De inlichtingen ten aanzien van de voormalige president zijn op zeven pagina’s samengevat. De eerste drie bevatten historische overzichten in chronologische volgorde van de stortingen en de disposities (opnamen) op de rekeningen. Deze drie overzichten hebben dezelfde opmaak (layout). Dit is zo gedaan voor de onderlinge vergelijkbaarheid. Op de vierde pagina wordt het accent verschoven naar de grootte en de frequentie van de getrokken bedragen, van het laagste naar het hoogste bedrag. Op de vijfde en de zesde pagina worden de relevante data in tabel- en grafiekvorm nogmaals inzichtelijk gemaakt. Op de zevende pagina geeft een diagram een grafische afbeelding van al de stortingen en disposities op de samengevoegde rekeningen van de voormalige president.
Ten aanzien van de voormalige vice-president is dezelfde werkwijze gevolgd en zijn mutatis mutandis overeenkomstige overzichten vervaardigd.
Karakter van de rekeningen
De rekeningen ten behoeve van de voormalige president droegen het karakter “geheim” te zijn. Ten aanzien van de voormalige vice-president is het niet duidelijk of het “geheime” karakter ook als zodanig gold. Voor het overige kwamen de karakteristieken van de rekeningen overeen met die van de rekeningen, welke doorgaans door takken van staatsdienst worden beheerd. De rekeningen, behalve de “garimpeiros” rekening, waren getituleerd naar het Hoge Ambt van de president, respectivelijk de vice-president. Ze waren op verzoek van de minister van Financiën geopend en ze werden van tijd tot tijd op instructie van Financiën voorzien van tegoedmiddelen uit de algemene middelen van staat. Indien de staat niet over liquide middelen beschikte – en dat was doorgaans het geval -, dan werden de middelen ‘stante pede’ door de Centrale Bank inflatoir gecreëerd voor de staat. Daardoor werd ongedekt geld in omloop gebracht en werd nieuwe schuld toegevoegd aan de bestede staatsschuld. Uit alles blijkt, dat de rekeningen tot het bestand van de staat behoorden. Ze hadden absoluut niet het karakter van privé rekeningen, waarvan de creditsaldi aan de rekeninghouders als privé banktegoed toekwamen. Er waren ook geen persoonsidentificatie-gegevens van de tekeningsbevoegden opgevraagd, zoals gebruikelijk bij privé rekeningen.
Gebruiksduur der rekeningen
De overzichten bestrijken de hele periode, waarin de rekeningen zijn gebruikt. Voor de voormalige president was dat het tijdvak januari 1997 tot en met juli 2000; voor de voormalige vice-president het tijdvak maart 1998 tot en met mei 2000. Na deze twee tijdvakken zijn de rekeningen niet meer gebruikt.
De geheime rekening van de president is achtereenvolgens onder twee rekeningnummers geadministreerd: van januari 1997 tot en met juni 1997 onder het nummer 31.5199, daarna overlopend voortgezet onder het nummer 34.4359 tot aan het einde van de gebruiksduur.
De garimpeiro rekening is onveranderd geadministreerd onder het nummer 34.4357.
De Surinaamse guldensrekening van de vice-president is geadministreerd onder het nummer 34.4371 en zijn US-dollarrekening onder het nummer 34.4400.
Trekkings- en tekeningsbevoegdheid
De voormalige president was zelf de enige tekeningsbevoegde op de voor hem geopende geheime rekening. Daarnaast was hij, en hij alleen, ook de tekeningsbevoegde op de garimpeiro rekening. Zijn geheime rekening was een Surinaamse guldensrekening, de garimpeiro rekening was een dollarrekening.
Evenzo was de voormalige vice-president zelf de enige tekeningsbevoegde op de twee te zijnen behoeve geopende rekeningen, t.w. zijn guldensrekening en zijn dollarrekening.
Door middel van deze bankrekeningen hadden de twee hoogste Gezagsdragers rechtstreeks staatsgeldmiddelen onder hun zelfstandig beheer. Een aspect van dit beheer in samenhang met hun alleentekeningsbevoegdheid, was dat zij hun dispositiecheque ook eigenhandig ondertekenden voor het doen van betalingen en het opnemen van contante gelden ten laste van de rekeningen. Het is de bij de Centrale Bank niet bekend door wiens zorg of door welke instantie een afzonderlijke financiële administratie (boekhouding) van de transacties op hun rekeningen werd bijgehouden. Mogelijk dat te hunnen Kabinette het één en ander daaromtrent nog te achterhalen of te verklaren is.
Rekenplicht
Het persoonlijk beheren van staatsgeldmiddelen op een bankrekening was intussen niet zonder bedenkingen. Dat beheer door de voormalige president en de voormalige vice-president verdroeg zich in hun hoge ambt niet met de wettelijke rekenplicht en de wettelijke functiescheiding. Bij zijn schrijven aan de voormalige president en vice-president heeft de huidige president daar reeds op gewezen (vide brieven d.d. 20 december 2000 nrs.3913P, 3914P en 3914P als bijlage 3 hierbij gevoegd. Immers, alle personen die staatsgeldmiddelen of goederen onder zich hebben, zijn van rechtswege rekenplichtig onder artikel 19 van de Wet Rekenkamer Suriname (G.B. 1953 No. 26). Dit artikel luidt:
“Alle personen, die gelden of goederen aan de staat toebehorend, dan wel gelden in staatskas gedeponeerd, onder zich hebben, zijn voor zover zij een zelfstandig beheer voeren, rekenplichtig aan de Kamer. Zij worden terzake van hun beheer niet van verantwoordelijkheid ontheven dan door een deswege door de Kamer af te geven bewijs.”
N.B. het artikel spreekt van “alle personen”, op te vatten in de zin van ‘omnis’, d.w.z. ieder en elkeen, onverschillig rang of stand, status of functie; dus niet slechts ambtenaren/landsdienaren alleen.
Het artikel is, als het om geheime uitgaven gaat, ook van toepassing. Hieromtrent zegt de Wet Rekenkamer Suriname o.m.:
Artikel 27 lid 3:
“Voor betalingen gedaan ten laste van artikelen voor geheime uitgaven behoeven geen bewijsstukken aan de Kamer te worden overgelegd.”
Artikel 31 lid 2:
“De ministers zijn verplicht aan de Kamer alle inlichtingen te verstrekken, welke deze nodig acht ter vervulling van haar taak, tenzij het geheime uitgaven geldt, waarvoor op de begroting gelden zijn toegestaan.” (onderstreping van mij)
Er moeten op de begroting dus wel gelden zijn toegestaan, waaraan De Nationale Assemblée goedkeuring had gehecht dat die zouden strekken voor geheime uitgaven. En dat is ook inderdaad het geval geweest, althans voor wat de president betreft. In bijlage 2a wordt een overzicht gegeven van de op de achtereenvolgende begrotingen goedgekeurde bedragen voor geheime uitgaven van de president, met vermelding van de respectieve begrotingsartikelen. Alzo had de wetgever erin voorzien, dat er een legitimatie in de wet (de begroting is een wet) aanwezig was voor geheime uitgaven als zijnde een bijzondere categorie van uitgaven.
Dit is geheel in lijn met het grondbeginsel van het budgetrecht in ons staatsbestel, dat inhoudt dat bij wet de middelen worden aangewezen, die door de regering worden uitgegeven. Dit beginsel ligt verankerd in artikel 156 lid 2 van onze Grondwet, welk artikellid luidt: “Alle uitgaven van de staat en de middelen ter dekking van de uitgaven worden geraamd op de begroting.”
De rekenplicht voor geheime uitgaven blijft dus bestaan, in zoverre er dient verantwoord te worden ten laste van welke begrotingsartikelen de bedragen voor geheime uitgaven werden verevend en in hoeverre daarbij overschrijdingen van de goedgekeurde begrotingsartikelen hebben plaatsgevonden. De realisatiecijfers moeten kunnen worden vastgelegd voor het samenstellen van de begrotingsrekening (artikel 26 Wet Rekenkamer Suriname). Voor zover het de trekkingen onder de bankrekeningen betrof, zijn de realisatiecijfers ook weergegeven in bijlage 2a.
De Nationale Assemblée is tenslotte het orgaan van de staat, waarin ingevolge artikel 156 lid 5b van de Grondwet in laatste instantie de verantwoording van de ontvangsten en de uitgaven van de Staat wordt gedaan.
Los van de rekenplicht ingevolge de Wet Rekenkamer Suriname en de verantwoordingsplicht ingevolge de Grondwet, zouden de betrokken hoogste gezagsdragers in hun hoedanigheid van beheerders van de rekeningen reeds ingevolge het gewone burgerlijk recht verantwoording verschuldigd zijn van het door hen gevoerde geldelijk beheer.
Ten aanzien van de voormalige vice-president kon niet worden achterhaald welke begrotingsartikelen strekten voor de verevening van de uitgaven via de door hem beheerde bankrekeningen bij de Centrale Bank.
Conflict van functiescheiding
Het beginsel van de functiescheiding impliceert, dat degene die de beschikkende functie uitoefent (hij die de beslissingen neemt), niet dezelfde persoon is die de beherende functie uitoefent (hij die feitelijk een kas onder zich heeft of een rekening beheert, waaruit de uitgaven daadwerkelijk worden uitgekeerd). De persoon die de beherende functie uitoefent is degene, die onder de rekenplicht valt. In het geval van de voormalige president en de voormalige vice-president was van het beginsel van de functiescheiding afgeweken en hadden zij juist zowel de beschikkende als de beherende functie in zichzelf verenigd.
De titel van afdeling II van de Comptabiliteitswet (G.B. 1952 No. 111) luidt: “Van de ordonnateurs en andere niet-rekenplichtige landsdienaren”. Niemand zal willen ontkennen of betwisten dat de president en de vice-president “ordonnateurs” zijn in de zin van de Comptabiliteitswet. Volgens het beginsel van functiescheiding neergelegd in artikel 35 van deze wet mag een ordonnateur niet tevens rekenplichtige zijn. De letterlijke tekst van het artikel luidt:
“Al wie bevoegd is of gedelegeerd wordt tot het aangaan van schulden en tot de beoordeling en het onderzoek van vorderingen ten laste van de Staat, alsmede tot de betaalbaarstelling daarvan, mag niet tevens zijn rekenplichtige.”
N.B. in dit artikel spreekt de wet in algemene, maar imperatieve bewoording van “Al wie”, hetgeen ook hier is op te vatten in de zin van ‘omnis’, d.w.z. ieder en elkeen, onverschillig rang of stand, status of functie; niet slechts ambtenaren/landsdienaren alleen.
Ergo stond de wet niet toe, dat de president en de vice-president rekenplichtig werden. Hieruit volgt, dat het hun wettelijk niet was toegestaan, om de beherende functie naar zich toe te trekken en persoonlijk zelfstandig een eigen beheer te voeren van staatsgeldmiddelen; niet in de vorm van een kas, niet in de vorm van een bankrekening en niet op welke andere wijze dan ook. Dit leidt tot de conclusie, dat het beginsel van artikel 35 Comptabiliteitswet werd veronachtzaamd en daarmede in strijd werd gehandeld met de wet.
Het is –althans bij de Centrale Bank- niet bekend, krachtens welke wettelijke voorziening de toenmalige president en vice-president gemeend hebben de rekeningen en de daarvan opgenomen geldmiddelen rechtstreeks onder hun persoonlijk en zelfstandig beheer te moeten nemen. Zijzelf en de minister van Financiën, maar ook de president van de Centrale Bank, hadden toch moeten hebben beseft dat zij zich in een overtreding der wet begaven.
Middelenvoorziening der rekeningen en uitgaven ten laste van de rekeningen
In totaal zijn er gedurende de gebruiksduur van zijn geheime rekeningen 54 stortingen ten laste van Financiën gedaan voor de voormalige president. Deze stortingen hadden een gezamenlijke nominale geldswaarde van Sf. 1.696.060.000,- (één miljard zeshonderd zes en negentig miljoen zestig duizend gulden). Daarvan heeft de voormalige president 141 keer disposities gepleegd met een gezamenlijke nominale geldswaarde van Sf. 1.695.345.500,- (één miljard zeshonderd vijf en negentig miljoen driehonderd vijf en veertig duizend vijfhonderd gulden. Het eindsaldo op de geheime rekening van de voormalige preident bedroeg. Sf. 714.500,- (zevenhonderd veertien duizend vijfhonderd gulden).
Aan stortingen is er op de garimpeiro rekening in totaal een bedrag van US$ 1.478.600,- (één miljoen vierhonderd acht en zeventig duizend zeshonderd US-dollars) binnen gekomen. De corresponderende tegenwaarde tegen de in de loop van de tijd gegolden hebbende wisselkoersen bedroeg Sf. 836.125.200,- (achthonderd zes en dertig miljoen éénhonderd vijf en twintig duizend en tweehonderd gulden). Daarvan heeft de voormalige president 57 trekkingen gedaan –soms in dollars en soms in Surinaamse guldens- ter waarde van totaal US$ 1.160.724,65 (één miljoen éénhonderd zestig duizend zevenhonderd vier en twintig US dollars en vijf en zestig dollarcents). De corresponderende tegenwaarde van deze opnamen tegen de toen gegolden hebbende wisselkoersen bedroeg Sf. 542.365.183,39 (vijfhonderd twee en veertig miljoen driehonderd vijf en zestig duizend en eenhonderd drie en tachtig gulden en negen en dertig cent). Het saldo van de garimpeiro rekening bedroeg US$ 317.875,35, de tegenwaarde daarvan Sf. 293.760.016,61. Bij de korte beschrijving van Overzicht PR 2 Garimpeiro rekening wordt nader ingegaan o de herkomst van de middelen op deze rekening.
De stortingen door Financiën op de Surinaamse guldensrekening van de voormalige vice-president waren 14 in getal. Hun gezamenlijke nominale geldswaarde bedroeg Sf. 1.151.481.467,- (één miljard éénhonderd één en vijftig miljoen vierhonderd één en tachtig duizend vierhonderd zeven en zestig gulden). Merkwaardig op de rekening van de vice-president waren twee stortingen van particuliere herkomst, tw.: Sf. 160.000.000,- (honderd zestig miljoen gulden) afkomstig van een assurantiemaatschappij en een bedrag groot Sf. 6.447.333,34 dat eerder was uitgegeven aan een bankinstelling en vervolgens werd terugontvangen van die bankinstelling. Deze stortingen hadden in staatskas gedaan moeten worden (art. 7 Comptabiliteitswet luidt: “Alle ontvangen gelden worden gestort in staatskas”.) Met inbegrip van deze twee bedragen kwam het aantal stortingen voor de vice-president op 16 en de gezamenlijke nominale geldswaarde der stortingen op Sf. 1.317.928.800,34 (één miljard driehonderd zeventien miljoen negenhonderd acht en twintig duizend achthonderd gulden en vier en dertig cent). Daartegenover hebben er 67 disposities gestaan van de voormalige vice-president. De gezamelijke nominale geldswaarde van deze disposities op zijn Surinaamse guldensrekening bedroeg Sf. 1.299.604.671,02 (één miljard tweehonderd negen en negentig miljoen zeshonderd vier duizend zeshonderd één en zeventig gulden en twee cent). De rekening sloot met een saldo van Sf. 18.324.129,32 tegoed.
Uiteraard was er een zekere correlatie tussen de stortingen en de disposities op de rekeningen.
Wijze van disponeren onder de rekeningen
Wat opvalt bij de voormalige president is, dat hij steeds uitsluitend baar geld heeft laten lichten aan de loketten van de Centrale Bank, ongeacht hoe groot het bedrag ook was. Hij was degene die zelf zijn cheques eigenhandig endosseerde. Al zijn cheques waren aan “toonder” uitgeschreven en van al die cheques waren de bedragen zonder uitzondering contant in ontvangst genomen in de vorm van (niet geringe) hoeveelheden bankbiljetten. Het kleinste geldsbedrag dat hij op deze wijze met zijn koeriers had laten lichten was Sf. 85.000,- (vijf en tachtig duizend gulden); het grootste Sf 200.000.000,- (tweehonderd miljoen gulden). Het modale bedrag van zijn lichtingen lag bij Sf. 10.000.000,- (28 van zijn 141 opnamen).
Op de garimpeiro rekening waren op een drietal uitzonderingen na (tezamen US$ 47.304,-) de disposties van de voormalige president ook steeds aan de hand van cheques aan “toonder”. Evenals op zijn geheime guldensrekening had hij zijn cheques zelf getekend en zelf geëndosseerd. Tegen deze cheques liet hij met zijn koeriers baar geld à contant in ontvangst nemen aan de loketten van de Centrale Bank. Het kleinste bedrag dat zo getrokken is bedroeg US$ 123,- (honderd drie en twintig dollar) of de tegenwaarde in Surinaamse courant, het grootste bedrag US$ 277.778,- (tweehonderd zeven en zeventig duizend zevenhonderd acht en zeventig dollars) of de tegenwaarde in Surinaams courant.
De voormalige vice-president heeft een sterk gevarieerd dispositiegedrag gehad. Bij hem waren niet alle cheques aan “toonder”. Een ander markant verschil was, dat de vice-president over het algemeen niet zelf de cheques endosseerde. Hij maakte er kennelijk geen geheim van voor wie de betalingen bestemd waren. Van zijn 67 uitgeschreven cheques, getrokken op zijn Surinaamse guldensrekening, schreef hij er 41 uit op naam en 26 aan “toonder”. In de gevallen waarin de cheques aan “toonder” luidden heeft hij, net als de voormalige president. per koerier à contant chartaal geld laten lichten aan de loketten van de Centrale Bank. Het kleinste chequebedrag van de voormalige vice-president bedroeg Sf. 17.350,- (zeventien duizend driehonderd vijftig gulden), het grootste Sf. 200.000.000,- (tweehonderd miljoen).
Een modaal chequebedrag is er bij de vice-president niet aan te wijzen, aangezien hij geen enkel bedrag meer dan twee keer voor dezelfde grootte had uitgeschreven.
CIVD Centrale Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
Daargelaten de vraag of de CIVD wel of niet buiten het patroon van uitgaven en bestedingen op de geheime rekening, respectievelijk de garimpeiro rekening was gebleven, kan ten aanzien van deze dienst worden volstaan met de vermelding dat ze normaal, zoals te doen gebruikelijk, getrokken heeft op middelen, die voor haar bij de begroting waren toegewezen (vide Bijlage 2b).
Geldschepping voor uitgaven en schuldgroei
Teneinde de behoefte aan geld van de voormalige president en de voormalige vice-president op hun respectieve Surinaamse guldensrekeningen te bevredigen hebben de toenmalige minister van Financiën en president van de Centrale Bank telkens naar het beruchte middel van “monetaire financiering” gegrepen. Er werd voor Sf. 2.847.541.467,- (twee miljard achthonderd zeven en veertig miljoen vijfhonderd één en veertig duizend vierhonderd zeven en zestig gulden) aan liquide middelen inflatoir gecreëerd. Van dit bedrag was Sf. 1.696.060.000,- (één miljard zeshonderd zes en negentig miljoen zestig duizend gulden) voor de rekening van de toenmalige president bestemd en Sf. 1.151.481.467,- (één miljard éénhonderd één en vijftig miljoen vierhonderd één en tachtig duizend vierhonderd zeven en zestig gulden) voor die van de toenmalige vice-president. Deze bedragen maken thans deel uit van de binnenlandse staatsschuld en zullen als zodanig in de loop van toekomstige jaren moeten worden terugbetaald door de dan economisch actieven in de samenleving.
De schuldophoging op zich, onder de omstandigheid dat het wettelijk plafond van artikel 21 lid 2 Bankwet 1956 voor het opnemen van voorschotten bij de Centrale Bank al was overschreden, was in flagrante strijd met deze wet. Zoveel temeer klemde deze notoir ontoelaatbare en onwettige schuldvorming, omdat ze kennelijk onbekommerd werd bedreven en voortgezet, zelfs nadat het plafond van de Leningenwet (150% van de Middelenraming voor de Gewone Dienst) als was overschreden.
Tot zover de uitvoerige aanhaling uit het voormelde rapport. Wie nog twijfels heeft over de grootschalige diefstal weet thans beter. Het is voor Keerpunt dan ook een groot raadsel hoe het mogelijk is dat deze criminelen nooit vervolgd zijn door het Openbaar Ministerie. En juist omdat dit niet gebeurd is komen ze thans weer te voorschijn en werpen zich op als kandidaten op lijsten van hun zogenaamde Megacombinatie. Onbeschaamd komen ze thans wederom aan het volk vragen ze te kiezen, zodat ze als president en minister weer kunnen komen stelen. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk, dat dit soort dingen gebeuren? Het Surinaamse volk moet bepalen of het de deur weer wagenwijd openzet voor deze mega-criminelen, die met opo ai ons komen vragen ze wederom de gelegenheid te bieden de staatskas te plunderen. Venetiaan en zijn regering hebben het niet uitmuntend gedaan en dat weten we allemaal. Er zijn mensen binnen de regering-Venetiaan, wier bloed we wel kunnen drinken, omdat ze gewoon de grootste schandvlek die je je als mens maar kunt indenken, vormen. Maar er zijn ook heel goede en positieve elementen in het kabinet geweest, die vooruitgang en stabiliteit hebben gebracht. En juist op die mensen moeten we onze aandacht vestigen . Er moet in mei een keus worden gedaan tussen goede vooruitstrevende en eerlijke mensen en dieftigen, corruptelingen, criminelen en a-socialen, die zonder meer aan de andere kant zitten. De keus is aan het electoraat. Wij blijven van mening, dat de opkomst bij de verkiezingen groot dient te zijn om te voorkómen, dat we met een lage kiesdeler komen te zitten, die de gelegenheid biedt aan gespuis DNA binnen te dringen en de schande, die er reeds is over dit college, nog groter te maken. Laten we allemaal naar de stembus gaan om onze stem uit te brengen en ervoor te zorgen, dat het gespuis buiten de deur blijft. DNA is een zaal voor beraadslagingen om iets goeds voor dit volk te doen. DNA is zeker geen boksring voor proleten en schorum. Electoraat, houd schoon schip in DNA door de juiste mensen te kiezen. Zorg ervoor, dat ons land niet langer te schande wordt gezet. Schoften horen op straat en niet in ons hoogste college van staat.
MILITAIREN NAAR HAÏTI NIET NODIG
Iemand is op het lumineuze idée gekomen om ook maar militairen naar Haïti te sturen. Ruim een peloton zou Suriname dan moeten afvaardigen om ook mede hulp te gaan verlenen. Bij het NL houdt men zich gereed, al is het zo dat men het nut van een Surinaamse militaire operatie in Haïti niet inziet, omdat de Amerikanen, Fransen, Israeliërs en Nederlanders al daar vertegenwoordigd zijn met duizenden troepen en een heel goede job doen. We geven al 1 miljoen dollar aan het getroffen Haïti en nog meer na collectieve inzameling. Ook geeft de ondernemer Sardjoe water, sap en melk in grote hoeveelheden aan Haïti. Alleen is het volgens onze informatie nog helemaal niet duidelijk hoe de containers met die goederen naar Haïti zullen gaan en hoe ze daar gelost worden. De Amerikanen zijn hard bezig om faciliteiten te creëren in de haven van Haïti om scheepsladingen te kunnen lossen. We maken al een groot gebaar door de bescheiden hulp als arm land aan een nog armer en vreselijk getroffen medelid van de Caribische regio. We moeten echter niet roomser dan de paus willen zijn en dat enkel omdat epaalde mensen wensen te scoren. Bovendien zal het vertrek van een peloton en het onderhoud van deze militaire vertegenwoordiging ons handen vol geld kosten en wel vanaf de eerste dag van vertrek tot de laatste dag van terugkeer. En dat is nou net niet wat we als arm land moeten doen. Bovendien is het zo, dat we de opperbevelhebber nog niet hebben spreken over het sturen van militairen richting Haïti. Nog minder is het bekend onder welke bevelhebber Surinaamse troepen op Haïti zouden moeten functioneren. Het beste lijkt ons, dat we goed de kat uit de boom kijken alvorens we onze zonen sturen naar een gebied, dat toch niet bepaald rustig te noemen valt. Keerpunt is van mening, dat de Amerikaanse strijdkrachten en andere militaire mogendheden de zaak goed onder controle hebben en al het nodige doen om uiteindelijk tot normalisatie te geraken.
WROKO BERE
In het afgelopen weekeinde had de Verenigde Hervormings Partij, VHP een massameeting ter gelegenheid van haar 61ste verjaardag. Een manifestatie werd het om jaloers op te zijn. De VHP toonde een heel grote en sterke partij te zijn en ook met die overtuiging te zullen deelnemen aan in de komende algemene, vrije en geheime verkiezingen, die in mei dit jaar gehouden zullen worden. Op deze verjaardag van de VHP werden de gelederen gesloten en was het voor velen duidelijk, dat mensen die in het verleden waren weggelopen omdat ze dachten het beter elders te zullen hebben , tot bezinning zijn gekomen. De gelederen worden gesloten bij de VHP, omdat men onder geen beding terug wil naar situaties, waar de democratie geweld wordt aangedaan. Er werd op deze vergadering duidelijk gesteld, dat de VHP niet voor 25 februari 1980 is, waarbij wet en recht en het wettig gekozen gezag ten val werden gebracht en de grondwet werd opgeschort. Ook mag het niet zo zijn volgens de VHP dat het parlement buiten werking wordt gesteld. Ook kan het volgens de VHP nooit meer zo zijn, dat mensen uit het bed worden gelicht en vermoord. De VHP geeft hiermede een duidelijk signaal, dat een samenwerking met de NDP als partij onder leiding van mensen met bloed aan de handen niet tot de mogelijkheden behoort. Tevens geeft de VHP te kennen niet met schijndemocraten ( wolven in schaapskleren ) te kunnen samenwerken. Evenmin kan de partij in zee gaan met mensen, die eigenlijk de machtsstaat huldigen, maar gedwongen door de huidige omstandigheden het al knarsetandend moeten doen via de stembusgang. Mensen, die het liefst het alleen voor het zeggen hebben en de dictatuur huldigen. De VHP is vanouds een democratische partij geweest en heeft altijd via het oordeel van het electoraat politieke macht verworven en wenst op die weg voort te gaan. Met moordenaars valt er voor de VHP geen zaken te doen. De NPS daarentegen is voor deVHP een goede en betrouwbare partner gebleken, ook na het debacle van 1996, toen een stel opportunisten en corruptelingen het nodig achtten over te lopen naar de politieke vijand.
Wel wenst de VHP, dat de partner de NPS ten spoedigste duidelijkheid geeft over hoe verder binnen Nieuw Frontverband. Ook duidt de VHP op de positie van de NPS ten opzichte van Pertjajah Luhur, een partij die binnen de coalitie alleen maar voor deining en schande heeft gezorgd. Een partij, die onder leiderschap van Somohardjo alleen maar voor schade en schandalen heeft gezorgd. Schandalen, die deels door haar voorzitter en diens gedrag werden veroorzaakt. Wat zowel de NPS als de VHP de afgelopen tijd heeft getoond is, dat de aanhang er nog is en groeiende is. De aanhang bestaat niet louter uit ouderen, maar zeker uit een groot aantal jongeren. En het is juist deze ontwikkeling, die voor grote wroko bere heeft gezorgd bij mensen, die denken dat ze na 25 mei 2010 gewoon en ongehinderd met de zege kunnen weglopen. Wroko bere voor mensen, die te Boxel moeten verschijnen en in de veronderstelling leefden, dat de verkiezingen in mei hun politieke redding zouden betekenen. Steeds duidelijker wordt het, dat de oude politieke partijen in de afgelopen tien jaar juist aan kracht hebben gewonnen en die ontwikkeling komt zeer ongelegen voor mensen, die met ondemocratische ideeën rondlopen. Wroko bere hebben ze thans, omdat ze tot de conclusie komen dat het Nieuw Front niet zomaar van de politieke plaat gepoetst kan worden en dat het zelfs zeer waarschijnlijk is, dat ook na mei er toch weer een combinatie Nieuw Front aangevuld met derden, zal regeren en het voor de Mammonmensen weer oppositiebanken wordt. De jaren gaan dan tellen en het vooruitzicht, dat de politiek voor hen uitgespeeld is, maakt de oppositionelen zeer nerveus. Een droom kan best wel een droom blijven en de politieke winst een utopie. De politieke leiders van het Nieuw Front (VHP-NPS en SPA) moeten hard werken en het hoofd koel houden. Ook daar moeten de gelederen gesloten blijven. Het succes hoeft voor hen zeker niet buiten bereik te zijn.
TOTAAL ANDERE KIJK OP LEDEN NATIONAAL LEGER
Het Nationaal Leger is al geruime tijd bezig binnen deze gemeenschap zijn imago op te vijzelen en doet dat met groot succes en reuzenstappen. In de jaren tachtig is veel fout gegaan toen het leger als onderdrukkingsmechanisme van dit volk werd misbruikt door een aantal volksvijandige elementen, die alleen op eigen voordeel uit waren en bovendien het wapen van staat voor misdadige zaken aanwendden. Al zeker 8 jaar wordt er door de huidige leiding van het NL gewerkt aan een ander leger, dat binnen de burger-militaire verhoudingen niet langer als negatief element gezien kan en mag worden. Nieuwe regels en nieuw bloed maken dat allemaal mogelijk. De oude en rotte appels verdwijnen zo langzamerhand uit deze gewapende macht en ook krijgen de aan drugs gerelateerde elementen, die het wapen van staat op vreselijke wijze misbruikten, steeds minder kans deze gewapende eenheid in een kwaad daglicht te plaatsen. De huidige leiding met kolonel Mercuur voorop wil van het leger een moderne, goed geoliede machine maken, die geheel professioneel te werk gaat en niet langer meer bij allerlei fromu’s betrokken is. Ook kunnen de militairen zien dat er thans veel meer aandacht is voor hen. De kazerne wordt helemaal opgeknapt en ook de opleidingen worden op deskundige wijze lokaal en internationaal afgehandeld. Degenen, die zich professioneel wensen in te zetten tot voordeel van de gehele organisatie, komen in aanmerking voor opleidingen, waarvan vele in het buitenland worden verzorgd. Betere vooruitzichten en mogelijkheden tot bevordering zitten er thans goed in. Militairen zijn niet blind en zien, dat tijdens deze regering er veel is veranderd en ze niet langer stiefmoederlijk worden behandeld, omdat ze van hun kant ook niet meer destabiliserend bezig zijn en geen coupplannen hebben. De daadwerkelijke rol van het leger zoals deze in de grondwet is vervat wordt thans vervuld en niets anders. En juist omdat het leger zich thans opstelt als niet langer volksonderdrukkend blijven de loftuitingen naar onze Surinaamse zonen binnen de gewapende macht ook niet uit. Vooral het optreden van militairen op kerstnacht van het vorig jaar verdient een groot compliment. De manschappen van het leger hebben ter plekke kunnen voorkómen, dat de zaak helemaal uit de hand zou lopen en nog meer mensen het slachtoffer zouden worden van een drieste bende criminelen. Loftuitingen vanuit Albina voor deze jonge mensen en hun commandanten mochten wij deze week lezen. En heel terecht natuurlijk, want zonder de nadrukkelijke aanwezigheid van het Nationaal Leger zou Albina met name op kerstnacht zijn veranderd in een ware hel. Totaal onverantwoordelijken, die voortdurend het gezag ondermijnen en dit proberen te teisteren zouden op die kerstnacht hun kans schoon hebben gezien om het dorp in een inferno te veranderen. Het Nationaal Leger is, ondanks alle problemen die het dagelijks op zijn weg naar professionaliteit tegenkomt, toch op de goede weg. Leden van NL, onze complimenten, blijft doorgaan en u zult binnen de gemeenschap verder op handen worden gedragen.
OPLOSSING ZWERVERSPROBLEMATIEK DRINGEND GEWENST
Het aantal zwervers en daklozen neemt schrikbarende vormen aan. Elk jaar komt er een aantal bij en hun aanwezigheid binnen de gemeenschap begint voor steeds meer wrevel te zorgen. Je kunt als burger van dit land vrijwel nergens meer je auto parkeren of je wordt aangeschoten door een figuur, die een zwervend bestaan leidt en om geld vraagt. Vaak gaat het om junkies, die met de verzamelde munten een “pit” of andere hard drug gaat kopen. Weer anderen bedelen om te kunnen eten en drinken. Als een zwerver ziek wordt zoekt hij ook hulp bij derden om hem aan medicamenten te helpen. Uit zuiver humanitaire overwegingen helpen bepaalde mensen wel. Echter zou het zo behoren te zijn, dat er vanwege de overheid naar een oplossing voor dit steeds nijpender wordende vraagstuk zou moeten worden gezocht en gevonden. De overheid kan niet toestaan, dat er een heel leger van zwervers en daklozen de gehele gemeenschap tot last is. Ook kan het niet zo zijn, dat we aan de ene kant het toerisme propageren en aan de andere kant toestaan, dat er steeds meer van deze vies uitziende en smerig riekende figuren overal rondlopen. De overheid dient zich er ook bewust van te zijn, dat veel buitenlanders worden lastiggevallen door zwervers en dat aan de Waterkant het regelmatig voorkomt, dat personen worden gemolesteerd door hongerige zwervers. Je zal toch aan het eten zijn aan de Waterkant en een zwerver komt in je portie eten graaien. Dingen, die al zovele malen gebeurd zijn en die een halt moet worden toegeroepen. De overheid mag zich niet langer verschuilen achter het feit, dat er geen gepaste wetgeving is om tegen zwervers op te treden. Dan moet ze maar gemaakt worden om deze mensen voor korte of langere duur uit het openbare leven te verwijderen. Paramaribo is een zwerversparadijs aan het worden en de zaak is gewoon ondraaglijk. Onder deze mensen zijn er mensen met geestelijk afwijkend gedrag, zware drugsverslaafden en gewone daklozen. Voor elke categorie moet men een oplossing gaan zoeken, want zo kan het echt niet langer. Een politieke partij, die komt met een goede aanpak van deze problematiek zou best weleens hoog kunnen scoren. Want zo langzamerhand baalt een ieder van deze toestand. Wij van Keerpunt blijven erbij, dat de komende regering de zaak moet aanpakken. Er dient voor zowel de zwerver als de gemeenschap een acceptabele oplossing te komen.
HOE HOUDEN ZE HET UIT?
Voorlichtingsprogramma’s van het ministerie van Openbare Werken hebben bij de voorzitter van een bepaalde politieke partij de indruk gewekt, dat de regering in grote problemen zit. Volgens deze figuur zou men in regeringskringen zo wanhopig zijn geworden, dat men dat bewuste overheidsvoorlichtingsprogramma misbruikt voor het maken van propaganda. Een mening, die wordt geventileerd door de voorzitter van een partij, waarvan de gehele top momenteel ter zake moord terechtstaat. De man kon geen geen betere manier bedenken om de ogen van het volk van Suriname groter te openen. Het Nieuw Front is wanhopig en misbruikt overheidsvoorlichtingsprogramma’s om te overleven. De partij, waarvan de voorzitter daar kritiek op heeft, voelde zich op een bepaald moment ook met de rug tegen de muur gedrukt en ging ertoe over massamoord te plegen. Je vraagt je trouwens af hoe deze man zijn gezin in de ogen aankijkt, wanneer hij na één of andere politieke samenkomst huiswaarts keert. Je vraagt je werkelijk af hoe deze man aan zijn gezin uitlegt, dat hij in hun belang een verbond met de misdaad moest sluiten. Aan de andere kant vraag je je in gemoede af hoe het gezin het uithoudt met de geur van het bloed van zovelen, dat aan pa zijn handen kleeft, na de innige omhelzingen op de podia. Wij krijgen er in elk geval de kriebels van.
VOOR DE ZEKERHEID
Het was ongeveer vijf jaren geleden, dat de onderminister van Buitenlandse Zaken, belast met zaken betreffende het Westelijk Halfrond van de Verenigde Staten van Amerika glashelder liet weten, dat zijn land geen zaken doet met veroordeelde drugscriminelen, toen hem gevraagd werd hoe zijn land zou omgaan met een eventuele verkiezing van Desiré Bouterse tot president van Suriname. De NDP-voorzitter probeerde toen de indruk te wekken, als zou deze mededeling zijn gedaan door een Surinamer, werkzaam op de Amerikaanse ambassade in Paramaribo. Wat hij echter nimmer aan zijn volgelingen liet weten is, dat de toenmalige Amerikaanse ambassadeur prompt reageerde op een protestschrijven van de NDP en bevestigde, dat dat inderdaad het standpunt van het Amerikaanse Department of State was. Dat standpunt is tot op heden niet gewijzigd. Misschien zou de NDP voor de zekerheid weer een brief moeten richten aan de ambassadeur van de Verenigde Staten van Amerika. Het adres is Dokter Sophie Redmondstraat 129. Overigens zou het goed zijn wanneer een kopie van de brief wordt verzonden naar de ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden. Tenslotte hadden die nog vóór de Amerikanen laten weten de man bij een eventueel bezoek aan Nederland terstond na aankomst naar een gevangenis te zullen vervoeren.
ZO GAAT HET NIET OPHOUDEN
De kranten staan dezer dagen weer bol van de verslagen uit de rechtszaal, waarbij figuren, die zich hebben vergrepen aan minderjarigen, zich tegenover de rechter moesten verantwoorden. Nog steeds valt het op, dat er belachelijk lage straffen worden geëist door het Openbaar Ministerie en uiteindelijk opgelegd door de rechter. Wij ontkomen niet aan de indruk, dat vervolgingsambtenaren en rechtsprekers zelf aan handen en voeten zijn gebonden, met dien verstande, dat zij zelf geconfronteerd worden met beperkingen, die wet hen oplegt. Want wij weigeren te geloven, dat een man een kind van drie jaar op een beestachtige manier verkracht en dat een een rechter het voldoende acht, dat een dergelijke figuur voor dat vergrijp slechts enkele maanden in de gevangenis doorbrengt. Vaststaat in elk geval, dat het aantal gevallen van seksueel geweld, waarbij niet zelden minderjarigen het slachtoffer zijn, niet zal afnemen, als er niet snel wordt ingegrepen. Zo gaat het absoluut niet ophouden.
DAG VAN HET KIND
Op 5 december aanstaande is het de Internationale Dag van het Kind. Op 5 december van het afgelopen jaar was dat ook het geval en het jaar daarvoor eveneens. Evenals de voorgaande jaren zal ook dit jaar op Kinderdag meer dan normaal worden gewezen op de rechten van kinderen. Op 6 december van dit jaar zal iedereen al zijn vergeten, dat kinderen ook rechten hebben, zoals dat op 6 december van alle voorgaande jaren het geval is geweest. Men hoeft slechts ’s ochtends voor aanvang van de school en ‘s middags na sluiting een kijkje te gaan nemen aan welke gevaren de schoolgaande jeugd dagelijks is blootgesteld, om te begrijpen waar wij het over hebben. In dit land kunnen wegen, die zijn voorzien van behoorlijke voetpaden op de vingers van één hand worden geteld. Onze kinderen moeten zich noodgedwongen op de rijbanen begeven. En dat is een grove miskenning van hun recht op bescherming. Het zou ons te ver voeren om nog meer schendingen van de rechten van kinderen op te sommen.
ALTERNATIEVE ROUTES DRINGEND GEWENST
Geruime tijd geleden heeft de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij te kennen gegeven behoefte te hebben aan uitbreiding van haar vloot. Voor de operaties in de regio werden twee toestellen aangeschaft, terwijl ter vervanging van de Boeing 747 – 300, waarmee de Mid-Atlantische route werd onderhouden, een Airbus A-340 - 300 in gebruik werd genomen. Nog voordat dat het geval was, liet de leiding van de SLM doorschemeren te overwegen nog een toestel van het type Airbus A-340 - 300 aan te schaffen. Thans is het zover, dat niet meer wordt overwogen nog een vliegtuig toe te voegen aan de bestaande vloot. Men is nu meer dan ooit vastbesloten dit te doen. Intussen heeft de minister van Transport, Communicatie en Toerisme medegedeeld volledig te staan achter het voornemen van de leiding van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij. Men zou zich ook verzekerd weten van de zegen van de Raad van Commissarissen bij het bedrijf. Het is van harte te hopen, dat werkelijk niets de directie van de SLM meer in de weg staat om de vloot uit te breiden met nog een Airbus A-340 - 300. De onderneming zal hierdoor waarschijnlijk in staat zijn meer mensen, die de Atlantische Oceaan wensen over te steken, te accommoderen. Misschien ontstaat er zelfs een situatie, die het bedrijf in staat stelt de huidige tarieven drastisch omlaag te brengen. Maar, bovenal zal het de SLM in staat stellen meerdere bestemmingen in Europa aan te doen. Dat zal Surinamers de gelegenheid bieden Europa ook op andere plekken te betreden dan alleen Amsterdam. Wie er dan toch geen bezwaar tegen heeft om te worden vernederd, kan zich dan bewust naar Amsterdam laten vervoeren. Want, aan die wantoestand op Schiphol komt er voorlopig geen eind. Dat heeft Ernst Hirsch Ballin, de minister van Justitie van het Koninkrijk der Nederlanden, in ronde Nederlandse woorden gezegd. Volgens hem heeft Nederland dat punt nog niet bereikt. Indien de SLM erin slaagt ons elders op het Europese continent af te zetten, hoeft Hirsch Ballin niet eens meer moeite te doen om welk punt dan ook te bereiken. Dat zal de Nederlanders ook de gelegenheid bieden een ander volk uit te kiezen om hun lusten op te kunnen botvieren. Men moet zo zoetjesaan ook enigszins zijn uitgekeken op de Surinamers.
GOUDWINNING MOET GEORDEND WORDEN
Het is niet haalbaar wat kerkleiders willen. Namelijk het stopzetten van de goudwinning. Overigens is het zo, dat er grote sociale onrust in vooral het binnenland zou ontstaan als de overheid een verbod op de goudwinning zou instellen. We denken niet zozeer aan rebellie onder de zogenoemde garimpeiros, want die zijn vreemdelingen in ons midden maar meer aan de binnenlandbewoners (indianen en Marrons), die in de goudwinning een redelijk goede boterham verdienen. Het binnenland ondervindt grote ecologische schade door de kwikverontreiniging, die als gevolg van de goudwinning plaatsvindt. Er moet daarom gewerkt worden aan het uitbannen van het gebruik van kwik en andere toxische stoffen bij de goudwinning. Zonder meer de kleinschalige goudwinning tot volledige stopzetting brengen zal binnen de kortste keren ook niet kunnen, omdat de overheid daar het controlerend orgaan niet voor heeft. Ook zal het handen vol geld kosten om te controleren of een nog in te stellen verbod wel wordt nageleefd. Ook zal de politieke wil thans niet aanwezig zijn om de kleinschalige goudwinning stop te zetten, omdat zulks politieke consequenties zal hebben voor regeringspartijen, die stemmen wensen te behalen in het binnenland. Ook moet men bij de kerkleiders niet vergeten, dat de meeste goudconcessionarissen in Paramaribo wonen en slapend rijk worden door de goudwinning in het binnenland, die voor een groot deel in handen is van buitenlanders met name garimpeiros. Wij denken, dat er een behoorlijke ordening binnen de kleinschalige goudwinning dient te worden opgezet en uitgevoerd. Zo moet het, naar onze mening, duidelijk zijn wie goud wint en waar. Ook moet men ertoe overgaan om iedereen te registreren, waardoor er ook voordeel voor de fiscus uit voortvloeit. Er mag onder geen beding meer sprake zijn van wildgroei en chaos in het binnenland. Dit soort ongeordendheid maakt, dat er spanningen in het binnenland ontstaan, met alle nare gevolgen van dien. Ook dient de overheid naar een manier te zoeken om het gebruik van kwik te verbieden. We hebben het er al zo vaak over gehad, dat de invoerrechten en accijnzen op kwik drastisch zouden moeten worden verhoogd. Maak kwik duurder dan goud, dan willen we zien wie nog behoefte heeft om kwik bij de gouwinning te gebruiken. Ook moet de overheid ertoe overgaan om de verontreiniging van de lucht in Paramaribo en omgeving door kwikuitstoot aan banden te leggen, Hele woonwijken in Paramaribo worden vooral in de nachtelijke uren vergiftigd door de zogeheten goudbranderijen in handen van Surinamers en Brazilianen. Hoe lang sluiten we onze ogen nog daarvoor? Zelfs onze president heeft kort geleden ruiterlijk toegegeven, dat de luchtverontreiniging boven onze hoofdstad door kwikuitstoot niet mag worden onderschat en de aandacht van onze gezondheidsautoriteiten verdient. Wij denken, dat het ministerie van ATM ten spoedigste aandacht aan deze kwestie moet gaan besteden. Ook het ministerie van Volksgezondheid dient in het geweer te komen tegen de mensen, die doelbewust en op zeer onverantwoordelijke wijze anderen vergiftigen. Laat die wetenschapper uit de VS gewoon terugkomen om aan te tonen hoe ernstig we dagelijks in de binnenstad en Paramaribo Noord worden vergiftigd door mensen, die alleen maar aan nyan maken denken. De goudwinning op kleine schaal moet niet worden stopgezet, want daarvoor verdient Suriname er teveel aan. We hebben de goudsector thans zelfs hard nodig voor de deviezengenerering. En juist omdat de goudsector zo lucratief is moet deze binnen de kortste keren goed geordend worden. Wetgeving, die nodig is voor deze ordening, moet zo snel mogelijk gemaakt worden. En in het binnenland moeten goudzoekers vertrouwd gemaakt worden met andere methoden van winning. Als dat goed georganiseerd wordt hoeft de goudwinning op kleine schaal niet gestopt te worden. De overheid moet wel alle zeilen bijzetten om de ongebreidelde vergiftiging van het achterland zo spoedig mogelijk tot staan te brengen. Ook moet de overheid de wilde immigratie van Brazilianen in de gaten blijven houden en ook daar orde in gaan scheppen. Doet ze dat, niet dan loopt ze kans op nog meer incidenten als op kerstnacht 2009.
DONNER HEEFT GELIJK
In onze editie van gisteren publiceerden wij een artikel van de hand van Mr.Dr. W.R.W Donner onder de kop `Haïti: Een teken aan de wand’. In het stuk maakt professor Donner een vergelijking tussen de Haïtiaanse en Surinaamse “revo” ( die in de ogen van Keerpunt geen revolutie was, maar een doodgewone kasgreep ter zelfverrijking van een stel boeven) . Donner zijn stelling komt erop neer, dat zowel in de Haïtiaanse als de Surinaamse revolutie er korte metten werd gemaakt met de elite. Donner schrijft dat het gemak, waarmede in Suriname hoogstaanden ongestraft werden vernederd, van hun voetstuk werden gestoten, mishandeld of doodgeschoten onze zeden blijvend schijnt te hebben misvormd. Maatschappelijk respect bestaat volgens de hoogleraar niet langer in Suriname. Voorbeelden volgens Donner: Een parlementariër, die de vice-president des lands zegt om op te pleuren ( op te donderen , op te krassen) uit het parlement. Vuistgevechten, die worden geleverd tussen de hoogsten in den lande ten overstaan van het publiek. Een parlementariër, die de president uitmaakt voor stamhoofd, synoniem voor kannibaal. Vandaar, dat een kind van zeven jaar op de televisie bloedserieus kan verklaren “Vene no bun”. Een partijleider, die op het podium verkaart dat de rechterlijke macht omkoopbaar is en weigert gevolg te geven aan rechterlijke opdrachten. Uitdrukkingen als a pori te a don en `pseudo wetenschappers’ voor hoogleraren, aangevende dat intellectuelen niet serieus moeten worden genomen, omdat ze arrogante domoren zijn. Tot zover een kort stukje overgenomen uit de bijdrage van professor Donner. Donner heeft gelijk wanneer hij stelt, dat mensen de draak wensen te steken met hooggeschoolden en daarmede hun eigen onvermogen wensen te camoufleren. Hooggeschoolden, waar je als minder wetende alleen maar van kunt leren en je aan kunt optrekken, worden beschimpt. Deze tendens is ontstaan na de coup van 1980, toen non-valeurs en zeker niet de intelligentsia, door de loop van het geweer en zeker niet via langdurige studie en carrière aan de macht wisten te komen. Mensen, die met geweld dachten een maatschappij te kunnen ordenen en ontwikkeling voor land en volk te brengen. Mensen, die toen aan de werkelijke macht kwamen en ondersteund werden door enkele intellectuelen, die het onmogelijk goed met dit land konden menen, hebben toen onze zeden en moraal blijvend misvormd. Veel mensen in dit land denken, dat het thans de gewoonste zaak van de wereld is om onbeschoft en onbehouwen te zijn. Respect voor elkaar en mensen, die in hoge functies en door kennis ons kunnen vooruit brengen is helemaal zoek. Donner heeft gelijk wanneer hij stelt, dat er zelfs voor wetenschappers geen waardering en respect kan worden opgebracht. Het materiële heeft de overhand genomen en daarbij wenst men zich wel te spiegelen aan de misdadige drugscrimineel, die zijn materieel welzijn heeft weten te vergaren door andermans kinderen te vernietigen door ze te fourneren met cocaïne en andere hard drugs. De misdadiger wordt bewonderd en bewierookt. Een goede maatschappelijke positie verwerven door goed je best doen op school en later hard studeren is er voor velen niet meer bij. De slechte onderwijsresultaten en het aantal dropouts op jaarbasis zijn tekenen aan de wand, dat er iets goed fout zit binnen onze maatschappij. Ook de gezagsondermijnende activiteiten van bepaalde indivuelen en soms ook in collectief verband moeten met de nodige verontrusting beoordeeld worden. Respect voor elkaar is vrijwel geheel verdwenen en we zijn thans bezig op etnische basis tegen elkaar te ageren,. In bepaalde gevallen gebeurt dat openlijk en in andere gevallen subtiel. De animostiteit, die thans een sluimerend karakter heeft, kan op een gegeven moment explosief worden, met alle nare consequenties voor de natie. Donner maakte ook een vergelijking tussen de Haïtiaanse en de Franse revolutie, waar Napoléon Bonaparte na de Franse revolutie toch een goede en begeleidende rol heeft vervuld. We denken maar aan het invoeren van de Code Penal en de introductie van moderne wetboeken in heel Europa. Een goede invloed na de bloedige Franse revolutie hield Frankrijk daarna op het goede spoor en zorgde voor goed herstel. Wie het stuk van Donner leest zal zien hoe je een land naar de bliksem kunt helpen en hoe je het kan redden. We moeten volgens Donner goed oppassen dat we de verkeerde kant opgaan gezien onze huidige respectloze mentaliteit en aanhoudende misvorming van ethische en morele normen. De revolutie van 1980 heeft dit land veel kwaad gedaan. Wij moeten als Surinamers ervoor zorgen, dat morele en ethische waarden, die zo onontbeerlijk zijn voor een gezonde en beschaafde samenleving, worden hersteld en vervolgens in stand gehouden. Verder afglijden op de manier zoals die thans plaatsvindt zal ongetwijfeld tot de grootste ellende voor land en volk leiden.